Blog-feed

Mijn moeilijke muzikale reis

Ik zeg vaak dat ik ‘iets met muziek wil doen’. Zoals iedereen merkt komt het nooit echt van de grond. In deze nieuwe blog leg ik uit waarom.

Volgens mij was ik iets van negen jaar oud toen mijn moeder mij een paar proeflessen keyboard aanbood. Ze wilde mij achter de computer weghouden en had daarvoor een mooi plan bedacht: mij een nieuwe hobby laten ontdekken.

Ik vond de proeflessen leuk en ik heb uiteindelijk anderhalf jaar keyboardles gehad. Ik was de beste leerling van alle keyboardleerlingen van de muziekschool en ik oefende iedere week braaf de liedjes die ik moest leren. Na anderhalf jaar was het echter klaar. Het werd me iets te moeilijk en de lol was er vanaf.

Het duurde tot mijn vijftiende of zestiende totdat er weer wat gebeurde op muzikaal vlak. Op school kregen we een workshop rappen van professionele rappers. We gingen een nummer maken en dat mochten we ten uitvoer brengen bij poppodium Hedon in Zwolle. Ik vond het leuk, maar er gebeurde daarna praktisch niets. Het volgende jaar kregen we opnieuw workshops, ditmaal was het wat breder. Rappen, maar ook muziekproductie, spoken word en andere leuke dingen. Ik wou muziekproductie, maar die groep zat vol, dus kwam ik bij rappen terecht. Die tweede keer was wederom leuk, maar na afloop zei ik tegen de professional dat ‘ik hier verder niets mee wil doen’. Achteraf vind ik dat stiekem toch jammer. Waarschijnlijk was ik te bang voor wat er misschien komen ging als ik zei dat ik hier echt iets mee wilde gaan doen. Bang voor het onbekende.

Het ‘iets doen met je stem’ en performen bleef mijn interesse wekken en ik besloot toen ik zeventien was op zangles te gaan. Ik had af en toe een optreden vanuit de muziekschool, maar dat werd vanwege bezuinigingen vrijwel helemaal stopgezet. Ik besloot te stoppen met zangles, omdat ik voor mijn gevoel niet verder geholpen kon worden door de mensen daar. Dit was denk ik ergens in 2016.

Eerder nog, in 2015 nam ik deel aan voorselecties voor talentenjachten. Ik wist het niet verder te schoppen en dat heeft denk ik te maken gehad met een gebrek aan ervaring, zelfvertrouwen en zangtechniek. Rond deze periode zat ik ook in het bandje van mijn opleiding, wat in principe best een leuke ervaring was.

Ik besloot een tijdje later, in 2018, weer zangles te nemen, ditmaal bij een andere muziekschool. De docent was de beste die ik ooit heb gehad. Met hem heb ik echt wat technieken kunnen oefenen. Uiteindelijk ben ik vorig jaar om financiële redenen gestopt. Ik wilde me zeker verder ontwikkelen, maar het moest niet te veel geld kosten.

Vorig jaar deed ik een cursus muziekproductie. Het was leerzaam, maar het programma dat ik gebruikte veroorzaakte problemen met mijn computer.

Ik heb ook de pech dat er in mijn dorp (het is eigenlijk een stad, maar omdat het zo dood is als wat noem ik het dorp) kom je niet echt makkelijk met mensen in contact. Voor mensen van mijn leeftijd is er niet zo veel.

Uiteraard hoop ik in de toekomst toch meer met muziek te kunnen doen. Ik heb besloten om over te stappen van Windows naar Apple, omdat muziek maken op een Apple-computer beter werkt (althans, dat is mij verteld). Daarnaast wil ik vanwege mijn studie naar Groningen te verhuizen. Ik verwacht wel dat contact leggen met mensen daar wat laagdrempeliger is, waardoor ik hopelijk met de mensen in contact kom die mij verder kunnen helpen en hopelijk mag ik ooit eens een keertje in een café komen zingen ofzoiets, als het weer kan (ondertussen is dit hét stopzinnetje van deze tijd geworden volgens mij).

Dus hopelijk horen jullie ooit nog iets van mij op muzikaal vlak.

Vormingsjaar

Ik wist niet goed wat ik nou moest gaan doen na de havo. De grootste oorzaken daarvan zijn mijns inziens: te weinig zelfvertrouwen, onvoldoende begeleiding en te weinig eigen initiatief. In deze blog wil ik het over het volgende hebben: waar had ik behoefte aan toen ik net van de havo kwam?

Mijn bovenbouw-havo-carrière was vrij succesvol. Ik deed de laatste twee jaar van de havo netjes in… twee jaar. Ik hoefde geen enkel vak te herkansen bij de examens. Alleen maar voldoendes op mijn eindlijst. Kat in ‘t bakkie, zou je zeggen. Er was echter een ding wat niet goed ging: de voorbereiding op een vervolgopleiding.

Enkele dingen die ik nu ga vertellen zijn bij sommigen wellicht bekend, maar ik wil een duidelijk beeld schetsen.

Het leek mij leuk om iets met talen te doen, maar wat? Leraar zag ik niet zitten, tolk ook niet en vertaler leek mij een te eenzijdig beroep. Daarnaast kon ik met mijn havodiploma niet naar de universiteit. Dat had er destijds ook niet in gezeten, want ik durfde niet in een grote stad op kamers. Daarnaast vond ik de loopbaanbegeleiding op de havo niet voldoende en te veel gericht op mbo en speciaal vervolgonderwijs. Ook nam ik zelf nauwelijks initiatief en ik was angstig, mede door onbegrip uit het verleden.

Administratief/secretarieel werk leek de beste optie. Ik liet me overhalen om naar een speciale mbo-instelling te gaan. Daar zouden ze me nog extra kunnen begeleiden bij mijn persoonlijke ontwikkeling en ze konden me helpen met het zoeken van werk. Dan kon ik daarna gaan werken en in de tussentijd nadenken over wat ik echt wilde, om eventueel in deeltijd mijn ‘droomstudie’ te gaan doen. Het opleidingstraject werd bekostigd vanuit het UWV en had de vorm van een re-integratietraject.

Het speciale mbo was niet wat ik zocht. Ik voelde mij er totaal niet op mijn plek. Dat was ook geen verrassing, want ik wilde er van tevoren ook eigenlijk helemaal niet naartoe. Ik was daardoor niet voldoende gemotiveerd voor mijn opleiding. Er zijn nog wel meer dingen die daar niet goed gegaan zijn, helaas. Ik had als achttienjarig, onzeker, bang muisje behoefte aan iets anders. En dat is…

Tromgeroffel…

Een vormingsjaar!

Een vormingsjaar? Ja, een vormingsjaar!

Wat is dat, Meindert?

Nou, dat zal ik haarfijn uitleggen.

Het vormingsjaar zou een soort ‘brug’ kunnen zijn tussen de middelbare school en het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs, een traject waarin jongeren die nog niet klaar zijn voor het vervolgonderwijs in een jaar worden klaargestoomd voor het mbo, hbo of de universiteit. De reden waarom jongeren hiervoor kiezen maakt niet uit, het kan van alles zijn: een beperking, een moeilijk jeugd, detentie, noem maar op.

De invulling van het vormingsjaar? Dat kan van alles zijn. Denk hierbij aan trainingen in sociale vaardigheden, coping, plannen, verschillende soorten zelfstandigheidstrainingen en Rots & Water. Een ander onderdeel is intensieve oriëntatie op studie en werk. Het bezoeken van mbo-scholen, hogescholen en universiteiten en het bijwonen van open dagen, meeloopdagen en, wat mij nog beter lijkt: meeloopweken. Wellicht ook meeloopdagen bij bedrijven. In zo’n traject zou ook samengewerkt kunnen worden met andere instanties, zoals bijvoorbeeld Bartiméus, die tijdens het traject bijvoorbeeld zelfstandigheidstrainingen kunnen bieden aan deelnemers met een visuele beperking of mee kunnen denken over een passende opleiding of studie.

Oh ja, die trainingen mogen best wel intensief zijn. Een week met een groep naar de Ardennen gaan en allerlei survivalopdrachten doen kan sommige mensen veel meegeven, bijvoorbeeld zelfvertrouwen. Daar ben ik het levende bewijs van!

Zo’n traject zou echt maatwerk moeten zijn. Zo kan het dus dat iemand die van de havo komt, meeloopdagen/weken gaat draaien op het mbo, hbo én de universiteit, omdat hij/zij wil ontdekken welke onderwijsvorm het meest passend is. Tot slot hoeft natuurlijk niet iedereen alle trainingen te volgen, maar alleen die trainingen die hij/zij nodig heeft. Om een beeld te schetsen hoe het naar mijn mening niet moet: tijdens mijn opleiding was een sociale vaardigheidstraining verplicht, terwijl ik er daarvoor al meerdere heb gehad. Ik heb niets aan de training gehad. Daarnaast komt een verplichte sociale vaardigheidstraining naar mijn mening een beetje stereotyperend over, alsof iedereen die bij zo’n speciaal mbo (of, als zoiets wordt gerealiseerd, een vormingsjaar doen) terechtkomt bepaalde sociale vaardigheden tekortkomt. Dat kan de ontwikkeling van mensen remmen.

Een van de aller- állerbelangrijkste eigenschappen waar een coach/begeleider/leraar van zo’n vormingsjaar-instelling aan moet voldoen? Oprechte interesse in de doelgroep. Ik weet als geen ander hoe belangrijk het is dat je echt gehoord en gezien wordt. Gezien en gehoord als mens, en niet als ‘gehandicapte’, ‘klant’ of – ja, ik zeg het maar gewoon – ‘product’. Dat men vooral naar jouw mogelijkheden kijkt en je niet iedere keer op je tekortkomingen wijst. En oh ja: stimuleren in plaats van dwingen.

De duur van het traject? Moeilijke vraag. Ik vind in ieder geval dat er geen druk op de leerlingen/deelnemers gelegd mag worden. Mensen moeten de tijd krijgen die ze nodig hebben om tot een bepaald doel te komen. Mocht dat snel lukken, dan hoeft zo’n traject niet lang te duren. Als ik er toch een maximumtijd aan vast zou moeten plakken, dan zou ik zeggen: een jaar.

In mijn optiek zou een instelling als deze bij een school aangesloten moeten zijn, het is dus nadrukkelijk geen re-integratietraject. Dit soort bedrijven worden bekostigd vanuit het UWV of gemeentes en ze moeten mensen binnen een bepaalde tijd aan een baan helpen. Naar mijn mening werkt dit niet goed voor de doelgroep waar ik het over heb. Omdat er die ‘druk’ achter zit, ben ik bang dat men onvoldoende ruimte krijgt om zich op de juiste manier te ontwikkelen.

De uiteindelijke doelen van het vormingsjaar? Minder schooluitval, tevreden en zelfverzekerde studenten, meer inclusie en uiteindelijk: tevreden werknemers en werkgevers!

Bent u onderwijsprofessional of op een andere manier betrokken en vind u deze blog interessant? Ik zou het fantastisch vinden om in gesprek te kunnen om mijn ideeën nader toe te lichten.

Het raarste jaar ooit

De titel zegt het al. wat een jaar was dit zeg. Het was voor ons allemaal een jaar om nooit meer te vergeten, en dat niet echt om een leuke reden. We zijn allemaal op onze eigen manier met een situatie omgegaan die ons nog nooit eerder overkomen is. Hoe was dit jaar voor mij? Hoe heb ik mijzelf overeind gehouden? Wat zijn – ondanks alles – de mooie dingen die dit jaar gebracht heeft? Je leest het in mijn ‘jaarverslag’ van 2020.

Na een heerlijke avond in een restaurantje met mijn ouders, zusje en aankomende zwager was het tijd om de jaren ‘10 van de eenentwintigste eeuw vaarwel te zeggen. Januari begon weer eens met een boel plannen. Vrijwilligerswerk, lekker socializen, leuke reisjes maken en uiteraard weer gaan studeren. In de eerste maand van het jaar sprak ik met wat vrienden af, begon mijn vrijwilligerswerk weer na twee weken kerstvakantie en had ik nog een date. Van dat ene virus in China werd de genetische code gedeeld en ondanks het feit dat Wuhan lamgelegd werd, maakte men zich hier nog niet echt zorgen.

Februari. Het leven kabbelde door. In Italië begon een corona-uitbraak uit de hand te lopen. Ik voorspelde al niet veel goeds voor de rest van Europa. Toch nam ik het risico om een paar daagjes naar Londen te boeken in april, samen met een vriend. Altijd positief blijven, we zien wel wat er gebeurt als het niet doorgaat. Deze maand had ik nog een gesprek bij Hogeschool Windesheim, de plek waar ik mijn studie HBO-Rechten wilde gaan volgen. Tot slot verscheen er een artikel in het blad Winq waarin ik werd geportretteerd en geïnterviewd over mijn visuele beperking en mijn liefdesleven.

Maart. Corona was in Nederland. ‘Overheid, aanpakken nu!’ dacht ik. ‘We moeten dit indammen.’ Half maart bleek dat niet te gaan. Nederland ging in een ‘intelligente lockdown’. We moesten zoveel mogelijk thuisblijven. Thuiswerken en de heilige en de inmiddels al lang en breed uitgekotste ‘anderhalve meter’ werden de norm.

Waarom moet dit gebeuren op het moment dat ik eindelijk eens in zo’n positieve flow zit?

Waarom nu, net nu ik dit jaar eindelijk wil beginnen met die studie?

Waarom moet dit gebeuren in een periode waarin ik eindelijk een beetje opkrabbel uit de shit van de afgelopen jaren?

Waarom nu, nu het Songfestival eens een keer in Nederland gehouden zou worden?

Het was niet anders. De coronacrisis werd de onverbiddelijke werkelijkheid. Mijn vrijwilligerswerk werd platgelegd en daardoor kwam ik weer thuis te zitten, Oh ja, dat had ik nog niet genoeg gedaan in mijn korte leven. Ik moest me erbij neerleggen.

Veel alleen zitten in mijn appartement leek mij een grote nachtmerrie. Ik was ontzettend bang om te gaan vereenzamen, en dat terwijl we niet wisten hoe lang dit allemaal zou gaan duren. De onzekerheid maakte me gek. Ik besloot regelmatig naar mijn ouders te gaan. Verder beperkte ik mijn contacten zoveel mogelijk, ging ik drukte zoveel mogelijk uit de weg en kwam ik in zo weinig mogelijk winkels. Mijn afhankelijkheid van het openbaar vervoer deed mij besluiten om wel met de bus naar mijn ouders te gaan. Ik koos de rustige tijden uit en beschouwde deze reizen als noodzaak.

Nee jongens, ik ben eerlijk. Ik wist in het begin al dat de coronacrisis minstens een aantal maanden ging duren. Als ik al die maanden alleen in huis had moeten zitten, had ik het – ook al zou ik regelmatig bezoek krijgen – niet overleefd. Dat klinkt heftig, maar het is zo. Ik ben mijn ouders dan ook heel dankbaar dat ze er voor me wilden zijn.

De maanden tot september zat ik zonder werk, studie of vrijwilligerswerk. Die tijd wilde ik nuttig besteden. Ik heb veel blogs geschreven, niet alleen op mijn eigen webpagina, maar ook voor de Oogvereniging. Daarnaast begon ik een paar nieuwe talen te oefenen en ik begon met een cursus muziekproductie. Uit financiële overwegingen stopte ik in juni namelijk met zangles en ik wilde vanaf dat moment echt doorpakken met de muziek. Ik wilde covers gaan plaatsen op YouTube met zelfgeproduceerde muziek. Helaas liep ik nog tegen veel problemen aan, waardoor het nog niet echt van de grond is gekomen. Ik wil waarschijnlijk volgend jaar overstappen op een MacBook, want een van de problemen is mijn huidige laptop.

In de zomer werden de coronamaatregelen versoepeld en ondanks dat ben ik niet op vakantie geweest. Ik heb het bij een dagje Münster gehouden. Ik ben ook nog een aantal keer met mijn moeder op pad geweest en ik heb nog een aantal keer met vrienden afgesproken. Ik probeerde mijn sociale kring echter nog steeds te beperken en ik deed mijn best om drukte te vermijden.

In september begon ik dan eindelijk met de studie. De lessen waren grotendeels online, maar we moesten het er maar mee doen. Ik had de hoop vanaf het tweede jaar weer een beetje normaal les te krijgen.

Op een gegeven moment liep ik echter muurvast. Ik begon over van alles en nog wat na te denken en ik trok een conclusie. Ik heb weer een te veilige keuze gemaakt. Ik heb mij weer laten leiden door angsten in plaats van door dromen. Ik dacht met HBO-Rechten zeker wel een baan te kunnen vinden, zekerheid dus. Echter, ik bleek de studie toch niet zo leuk te vinden. De manier van werken op het hbo beviel mij ook niet, veel te praktisch en te veel samenwerken. Er bleef maar één ding over: een talenstudie aan de universiteit.

Ik ben er nooit klaar voor geweest om in een vreemde stad op kamers te gaan, maar nu wil ik de stap wel gaan zetten. Ik ben de afgelopen jaren een stuk zelfstandiger geworden en ik wil stiekem graag weg uit het gat waar ik nu woon. Daarnaast heb ik altijd gedacht dat je met talen niets kunt, maar ik begin nu ook te ontdekken dat dat wel meevalt.

Ik schreef mij uit bij de hogeschool en ik begon direct met drie vwo-vakken. Deze zouden mij, omdat ik 21+ ben, al toegang kunnen geven tot de studie die ik wil gaan doen.

In november schreef ik mij in voor de bachelor Europese Talen & Culturen in Groningen. November is helaas ook een maand geweest waarin ik nog flink worstelde met een stukje uit mijn verleden. Ik had een flinke terugval. Het is noodzakelijk dat ik hulp ga zoeken om dat een plek te kunnen geven. Ik denk nu wel dat ik weet welke hulp ik nodig heb.

In december kwam ik na wat wikken en wegen erachter dat een therapeut die ik van vroeger ken mij kan helpen met mijn problemen. Ik heb met haar afgesproken dat ik in januari bij haar langskom. Verder kreeg ik op de valreep van de maand nog een telefoontje van een oogarts uit Rotterdam. Een gentherapie die mij erg kan helpen wordt volgend jaar in Nederland goedgekeurd. Het is een behandeling waardoor mijn zicht significant kan verbeteren. Over de langetermijneffecten is nog niet veel bekend en er is een redelijke kans op ernstige bijwerkingen. Volgend jaar ga ik naar het Oogziekenhuis in Rotterdam om eens goed met de arts te praten voordat ik een beslissing neem.

Korte samenvatting van 2020: het was op sommige vlakken echt ronduit een klotejaar, maar ik ben blij dat ik ondanks alles toch weer een doel heb gevonden in mijn leven en dat ik iets heb om naartoe te werken. Daarnaast is er op medisch vlak ook – letterlijk – licht aan het einde van de tunnel.

Mijn plannen voor volgend jaar (als er niet weer een of ander raar virus uitbreekt, ik doodgeslagen wordt door kaboutertjes of als ik niet opgegeten wordt door onze overleden huisdieren van vroeger, want ja, je weet maar nooit wat er in het leven gebeurt):

  • Therapie volgen om mijn verleden een plek te kunnen geven
  • Voorbereiden op mijn studie in Groningen (hopelijk slagen voor de examens en een kamer vinden)
  • Hopelijk een vaccin halen, zodat ik een chip in mijn lichaam heb waardoor de overheid mij kan besturen *kuch* ik meehelp aan het beëindigen van deze vreselijke pandemie
  • Misschien wel een behandeling krijgen waardoor mijn zicht verbetert
  • Een leuk leven leiden met minder zorgen

Tegen iedereen wil ik zeggen: een gelukkig 2021! Laten we hopen dat we over een paar maanden weer iets normaler kunnen leven! Maar voor nu, stay safe!

Het rechte pad?

Begin september was het zover: ik begon met mijn opleiding HBO-Rechten bij Hogeschool Windesheim. Hoe beviel het begin? Hoe is het verder gegaan? In mijn nieuwe artikel vertel ik jullie dit, en ook wat het met me deed (en doet).

3 september was de eerste dag dat ik naar school ging. Door corona ging dat natuurlijk allemaal anders. We kregen een soort ‘introductiedag’ (tussen haakjes, want – met alle respect – het stelde geen reet voor) met een deel van onze klas. Acht man, om precies te zijn. Nou ja, man, ik was de enige man tussen zeven dames. Leuke meiden, zo bleek op onze tweede fysieke bijeenkomst. De lessen op Hogeschool Windesheim zijn nog steeds grotendeels digitaal, ongeveer één of twee keer per week is er een fysieke bijeenkomst met een deel van de klas.

Over die tweede bijeenkomst gesproken, deze viel in de tweede week. Eigenlijk was dit de eerste lesweek, omdat we die week ook al wat online lessen hadden. Tijdens onze fysieke bijeenkomst verdeelden we de taken voor ons project en we maakten een plan van aanpak. Er kwam heel veel op me af, maar ik dacht: het komt wel goed. Zeker met zo’n leuke ‘miniklas’.

Het kwam echter niet goed. Nou ja, het is maar hoe je het bekijkt.

Op een gegeven moment, ergens midden september werd het even te veel. Man, man, wat moesten we veel doen. Ik kreeg het even niet op een rijtje. Ik besefte echter dat er meer speelde. Mijn ogen werden voor mijn gevoel eindelijk geopend. Eindelijk, na al die jaren.

Ik moet niet langer mijn dromen negeren!

Opeens wist ik het zeker. Ik heb altijd gezegd: ik wil iets met talen doen. Het aandurven, daar was geen sprake van, omdat ik dacht: ik kan er toch niks mee, leraar worden is voor mij niet weggelegd en vertaler is zo’n eenzijdig en betekenisloos beroep. Echter, ik ontdekte dat rechten toch niet bij mij paste, en ik had al eerder van alles weggestreept. De manier van werken op het hbo beviel mij trouwens ook niet. Van project naar project en veel samenwerken, dat is niets voor mij. Er is nu dus maar een ding over: talen studeren aan de universiteit.

Ik heb mij ook nooit echt goed op de ‘talenwereld’ georiënteerd (omdat ik er weinig kansen in zag), dus heb ik nooit goed nagedacht over de mogelijkheden. Daarnaast durfde ik het nooit aan om op kamers te gaan in een grote stad. Dat moet in mijn geval als ik naar de universiteit wil, want de dichtstbijzijnde universiteitsstad is minstens twee uur reizen vanaf Emmeloord.

Maar goed, ik weet het nu zeker. Ik moet gewoon talen gaan studeren. Dáár ben ik goed in, dát is hetgene wat altijd al een passie van mij is. Ik oefen niet voor niets al die talen in mijn vrije tijd. Niet voor niets droomde ik stiekem van wonen in het buitenland. Niet voor niets droomde ik van een roedel aan leuke, buitenlandse vrienden.

Altijd heb ik beren op de weg gezien. Door alle shit die ik van leraren en begeleiders over me heen heb gekregen en door mijn beschermde opvoeding ben ik zo onzeker geworden dat ik helemaal ‘op slot’ kwam te zitten. Ik heb nooit écht voor mezelf durven kiezen. Ik heb altijd het leven geleefd dat anderen als ‘passend’ of ‘goed’ voor mij beschouwden, en dan was er nog de eerdergenoemde angst om op kamers te gaan in een grote stad.

Ik heb altijd gezegd dat ik ‘altijd in mogelijkheden denk’. Nou, als er één doemdenker op deze wereld is dan ben ik het wel! Oké, dat is ietwat overdreven, maar ik ontdekte wel dat ‘denken in beperkingen’ nog steeds een behoorlijke kwaliteit van mij was. Was.

Ik heb besloten dat ik mijn dromen eindelijk de vrije loop moet laten. Er ontstond in no-time een nieuw plan in mijn hoofd. Ik wil talen gaan studeren aan de universiteit. Toen ik dat plan vertelde aan een kennis, zei ze meteen: “dacht ik al”, waarna ik meteen moest lachen. Stiekem weet ik zelf ook wel dat ik dat het allerliefste wil, en dat is altijd al zo geweest. Maar ja, die beren op de weg hè.

Het was echter ook wel zo dat ik vroeger ook nog niet goed in staat was om om hulp te vragen, waardoor de kans op vastlopen groot was. Ik wilde alles zelf doen (om te laten zien dat ik dat wel ‘kon’), maar dat kon ik niet, en nog steeds niet, en dat hoeft ook niet. Hulp vragen is oké.

Ergens wil ik nog steeds niet op kamers wonen, omdat ik nu zo’n mooi appartement heb. Echter, zoals ik eerder heb gezegd: het is niet anders. Ik wil echter graag weg uit Emmeloord, dus ik zie het ook als een mooie kans om in een wat meer stedelijke omgeving te gaan wonen. Al moet ik het mooie appartementje dat ik nu heb vaarwel zeggen.

Met mijn havodiploma kan ik helaas niet naar de universiteit. Ik kwam dus met het plan om voor mijn vwo-diploma te gaan. Dat moet lukken, dacht ik. Ik heb immers vwo-advies gekregen in groep 8. Na een telefoontje met een vavo-instelling kwam ik er achter dat ik met drie vwo-deelcertificaten ook al naar de universiteit kan, dit omdat mijn 21e verjaardag theoretisch gezien inmiddels al in een autobiografisch boekwerkje over mijn tumultueuze bestaan beschreven zou kunnen zijn.

Voor de universitaire studies waar ik een keuze uit wil maken, zijn de certificaten voor Engels, Nederlands en Duits voldoende. Inmiddels ben ik druk bezig met de lessen en het lezen van een giga-stapel literatuur. Waar ieder boek tijdens de onderbouw van de havo nog voelde als een nachtje op de martelbank liggen, vind ik het nu niet zo’n straf meer. Ik vind het nu juist bijzonder hoe al die verhalen op papier zijn gezet. Beter gezegd: ik kan de boeken meer waarderen, waardoor het lezen ervan nu leuker is.

Uiteraard hoop ik volgend jaar mijn certificaten te behalen, zodat ik volgend jaar eindelijk datgene kan gaan doen, wat ik eigenlijk altijd al wilde.

Ik heb het al een beetje gezegd, maar welke studie ik precies wil gaan doen, dat weet ik nog niet. In ieder geval iets met de Duitse taal. Er is dus nog stof tot nadenken. Wat ik wel weet is dat ik, als het praktisch mogelijk is, graag een tijdje in het buitenland zou willen studeren. Dat lijkt me een ontzettend mooie ervaring.

Een hele verandering weer in mijn leven, maar wat mij betreft een positieve. Ik heb ontdekt dat uit mijn comfortzone gaan voor mij ontzettend belangrijk is. Altijd heb ik voor de veilige weg gekozen, maar van binnen ben ik een avonturier die wil ontdekken en die iets van zijn leven wil maken. Daarmee ga ik nu hard aan de slag.

Heb jij een droom die je wegstopt, omdat je niet uit je comfortzone durft te stappen?

Ţåłëňkńøbbéł

Van jongs af aan heb ik al een interesse in vreemde talen. Iets wat ik zeer waarschijnlijk van mijn opa heb geërfd. Wat betreft het aantal talen dat ik beheers heb ik hem inmiddels al ruim overtroffen. In deze blog vertel ik jullie in elke taal iets over mijn ervaringen met die taal.

Ik heb wel woorden opgezocht, ik weet natuurlijk niet alles.

Oh ja, mochten jullie onverhoopt een taalfout tegenkomen, laat het me dan weten!

Engels

Well, this is not something exciting I guess, because almost everybody in the Netherlands speaks English. It sounds strange, but i didn’t like English lessons on high school. I didn’t think English was a very interesting language and when I was about fifteen years old, I discovered that learning English wasn’t only about learning words and phrases and trying to remember them. Reading English books was very hard! My classmates found it strange, because I always had good notes and I said that I was good at speaking English, while my skills weren’t that great.

I wasn’t that guy who played a lot of video games and I had never liked watching movies. My classmates did, and it helped them to improve their English skills. I had a backlog. When I was seventeen years old, my English teacher told me that I had to work harder, otherwise I would not pass the exam. Fortunately we had very good exercises that focused on all the important stuff: reading comprehension, writing, listing and, my biggest nightmare: speaking. I also shoudn’t forget that my teacher was a good one. I improved my skills and finally I’ve past my exam with a seven out of ten.

Duits

Ich habe mich seit ich acht Jahre alt war schon interessiert für die deutsche Sprache. Ich war in die Ferien mit meine Eltern und meine Geschwister und ich leste die Schilder laut vor (wie ich dachte, dass man es sagen muss). Wir gingen oft nach Deutschland in die Ferien, und ich liebte es. Ich fand die Hügel sehr schön, und wohnen in ein Fachwerkhaus war immer einen meiner größten Träume.

Ich war ganz froh, wenn ich meinen ersten Deutschuterricht hatte in die Schule. Meine Aussprache war noch schrecklich, aber dass konnte ich sehr schnell verbessern. Ich hatte immer gesagt, dass ich süchtig war nach den Französische Unterricht, aber Deutschunterricht hat mir immer mehr Spaß gemacht. Wenn ich wieder in die Ferien war mit meine Eltern und Geschwister, mochte ich es immer, Deutsch zu üben. Ich wagte es aber nicht so gut. Mein Vater musste immer alles lösen, aber sein Deutsch war nicht so gut.

Voriges Jahr in Berlin musste ich natürlich Deutsch sprechen, und das war kein großen Problem. Ich war noch ein bisschen genierlich, aber ich weiß, dass ich gut Deutsch sprechen kann.

Frans

Je pense que beaucoup des gens trouveront que c’est dingue, mais j’ai négligé mon français. Je n’utilise la langue presque pas encore. C’est dommage, parce que à l’école, ce semblait que j’ai beaucoup de talent pour apprendre le français. J’aimais apprendre la langue et je suis celui que détestais la chose qu’il y avait toujours des gens qui se plainait pendant les leçons. J’étais le seul qui a fait l’examen français de tout de l’école en deux mille quatorze. J’avais des bonnes notes.

Je n’ai pas été en France depuis deux mille douze et j’ai pratiqué aussi beaucoup d’autres langues, donc je pense que je n’ai pas eu la motivation de pratiquer depuis longtemps. Maintenant, je suis en contact avec un mec français, donc je peux pratiquer un peu.

J’espère qu’il y a des possibilités d’aller en France à l’avenir, parce que le pays est très beau. Ce serait joli si je peux m’exposer au français pour une semaine. Peut-être il y aura aussi des autres possibilités pour pratiquer.

Italiaans

Ho iniziato a imparare l’italiano a duemiladiciotto. Volevo imparare la lingua già molto lungo. L’italia me ha spesso sembrata un molto bello paese, e quando ero stato lì qualche volta, ho detto: la prossima volta che vado in Italia, voglio sapere la lingua. Non era così, perché ho iniziato a imparare la lingua qualche settimana prima di andare in Italia per la prossima volta, e non è possibile di imparare una lingua entro solo qualche settimana. In quel anno (duemiladiciotto, come ho detto), in realtà non avevo l’intenzione di andare in Italia. Volevo andare in Slovenia, però durante quel viaggio, era l’intenzione di camminare in montagna, è la gente dell’agenzia di viaggi hanno detto a me: non è un buona idea per te, con i tui problemi della tua vista. Dunque sono andato in Italia, sul Lago di Garda, per la seconda volta. Era molto bello!

Ho finito il corso d’italiano a diciembre duemiladiciannove. Credo che fosse in quell’anno che ho incontrato un italiano sull’internet, e a volte ci parliamo a Whatsapp. Non escludo che ci incontriamo mai in vivo!

Pools

Zawsze chciałem wiedzieć: co jest za granicy z Niemcami? Kiedy czytałem polski tekst po pierwszy raz, odkryłem że język polski jest bardzo ciekawy.

Zacząłem uczyć się języka polskiego w dwa tysiące piętnastym roku. Myślałem: może będą możliwośći pomagać Polaków i Polek, który pracują w Holandii.

Gramatyka była bardzo trudna, ale wiedziałem postęp, że nie byłaby łatwy.

Ćwiczałem dużo z osobami z Polski. W dwa tysiące osiemnastym roku, spotkałem się z jednem z tych ludzi w Amsterdamu. On uczyłem się język holenderskiego, więc moglili pomóc się. Spotkanie było fajnie. Teraz tylko czasem jeszcze rozmawiam z Polakami.

Nie bój się kiedy chcesz uczyć się język polskiego. Nie jest łatwy, i potrzebniesz dużo czasu, ale to bardzo ciekawy!


Zweeds

Jag tror att många människor inte vet att jag har lärt mig svenska. Den första gången jag kom i kontakt med det svenska språket var när jag var tretton år gammal. Min lärare hade bott i Sverige för många år och hon ville lära oss en liten svenska. Jag tyckte om det, men min lärare hade inte gett oss många lektioner.

När coronakrisen började hade jag precis upptäckt Duolingo. Det är en app för att lära sig språk, och det är gratis. Jag tänkte på tidsperioden när jag var tretton år gammal och jag tyckte: varför skulle jag inte börja lära mig svenska? Jag visste att det är inte så svårt, och jag uttråkade mig.

Eftersom jag har lärt mig svenska har jag fått en intresse av Skandinavien. Innan jag dör så måste jag ha upptäckt den. Det är också en fördel att många människor i Finland också pratar svenska. Vem vill åka till Skandinavien med mig?

Jag måste inte glömma att säga: när du vill lära dig svenska, norska eller danska: använda Duolingo och börja nu! Det är en mycket bra app och det är gratis!

Fins

En puhun hyvin suomea!

Asun Alankomaissa, Emmeloordissa.

Suomen kieli on hyvin vaikea.

Ik moet nog heel veel oefenen! 🙂

Nou, dat was het wel weer voor nu. Mijn lijst met talen die ik beheers gaat waarschijnlijk nog groeien. Spaans leren lijkt mij toch ook wel een keer nuttig, en stiekem zou ik ook nog wel Fries willen leren. Het zou goed kunnen dat er van deze blog nog een ‘deel twee’ komt. Stay tuned!

Straks meer op de rit dan ooit tevoren

Tja, het coronavirus. Het heeft veel invloed gehad op mijn leven. Dat heeft het nog steeds, en dat zal voorlopig zo blijven. In deze blog vertel ik hoe ik de coronacrisis juist wil gebruiken.

Ik had mezelf voorgenomen dat ik niet te veel over het coronavirus wilde schrijven, maar nu wilde ik het onderwerp toch weer een keer aansnijden. Ik wil namelijk graag weer een inkijkje geven in mijn hoofd en hopelijk kan ik jullie nog inspireren.

Het klinkt niet goed, maar het is wel zo. Voor mijn gevoel heb ik mijn leven sinds 2014 al niet op de rit. Sinds toen ben ik er niet echt meer tevreden over. Ik koos vanwege pure onzekerheid en een gebrek aan eigen initiatief en goede begeleiding voor een opleidingstraject waar ik niet achter stond. Dit maakte ik uiteindelijk wel af. Daarna vond ik een baan, maar daar zat ik niet helemaal op mijn plek. De zoektocht naar een nieuwe baan bleek een onmogelijke. Ik wilde al een tijd gaan studeren, en ik besloot daartoe eindelijk proactief stappen te gaan zetten. Ondertussen was ik al begonnen met vrijwilligerswerk om de overvloed aan tijd te vullen en om een leuke, nuttige ervaring op te doen. Vorig jaar maakte ik vlak voor september een verkeerde studiekeuze, waardoor ik nog minstens een jaar moest wachten totdat ik weer opnieuw aan een opleiding kon beginnen. Ik besloot door te gaan met vrijwilligerswerk en ik breidde mijn klussen en uren uit. In december vorig jaar schreef ik mij in voor de studie HBO-Rechten bij Hogeschool Windesheim. In maart dit jaar moest ik stoppen met mijn vrijwilligerswerk vanwege het coronavirus.

Begin dit jaar had ik net het gevoel dat alle puzzelstukjes langzaam op hun plek gingen vallen. Ik had het erg naar mijn zin bij mijn vrijwilligerswerk en ik wilde er nog een nieuwe klus bij zoeken.

Ik had ook leuke plannen wat betreft reisjes en ik had een studie rechten in het vooruitzicht. Mijn sociale leven had ik op de rit, want daar had ik in 2019 immers flink in geïnvesteerd. Ik verheugde me ook nog op het Songfestival dat dit jaar in ons kleine kikkerlandje zou plaatsvinden. Het ging allemaal gewoonweg de goede kant op!

Totdat dat ene virus roet in het eten kwam gooien.

Ik heb echt wel gedacht: waarom moet dit nu gebeuren, waarom overkomt mij dit nu weer? Dat terwijl ik wist dat zo’n pandemie praktisch nooit goed uitkomt, en dat het een probleem van ons allemaal is. Echter, het is heel vervelend dat een stabiel en fijn leven weer verder weg is, terwijl het binnen handbereik leek te zijn.

Zoals altijd besloot ik dat stilzitten en bij de pakken neerzitten geen optie was. Ik nam het besluit om ervoor te zorgen dat het leven na de coronacrisis leuker en geweldiger dan ooit moet zijn. Ondanks dat alles de goede kant op leek te gaan vóór de crisis, was er ook nog genoeg mis. Ik heb een aantal dingen in werking gezet.

Zo besloot ik mijn talen weer meer te gaan oefenen. Ik heb redelijk spontaan besloten om Zweeds te gaan leren, een taal waarmee ik in havo 2 kennismaakte, doordat mijn mentor van toen in Zweden heeft gewoond. Recent besloot ik ook nog dat ik het magische Fins wilde leren. Een taal die vrijwel niks weg heeft van het Nederlands, een totaal andere oorsprong heeft en een Amazonewoud aan grammaticaregels kent. Daarnaast besloot ik ook nog meer tijd te steken in het oefenen van andere talen. Waarom? Omdat het mijn kansen op werk dat bij mij past vergroot, omdat ik het gewoon leuk vind en omdat het me leuk lijkt om op vakantie de taal van het vakantieland zelf te kunnen spreken en begrijpen.

Daarnaast besloot ik om te starten met een cursus muziek produceren. Ik wil al lange tijd weten hoe je dat moet doen. Ik ben namelijk gestopt met zangles en ik wilde niet dat mijn muzikale hobby weer een stille dood zou sterven. Daarom besloot ik dat ik zelf meer tools wilde hebben om bijvoorbeeld covers te maken. De begeleidingstrack kan ik immers straks zelf produceren. Al sinds mijn puberjaren droomde ik weleens van mijn eigen muziekproducties, en ik dacht: nu gaat het gewoon gebeuren. Ik hoop dat ik na de coronacrisis straks makkelijker aan bijvoorbeeld optredens kan komen. Daarnaast denk ik dat mijn kansen om mee te doen aan een talentenjacht zoals The Voice straks groter zijn.

Ik heb ook nog een leuk plan voor tijdens mijn studie. De eerste maanden wil ik kijken of ik er nog tijd voor overhoud (wat goed zou kunnen vanwege het digitale onderwijs, waardoor ik minder hoef te reizen), maar het lijkt me leuk om huiswerkbegeleiding te geven. Ik heb in mijn middelbareschooltijd zelf ook problemen gehad met het maken van mijn huiswerk. Het was niet dat ik de stof niet begreep, maar mijn werkwijze was niet altijd goed. Uitstellen, te hard mijn best doen, noem maar op. Uiteindelijk heb ik zelf manieren gevonden om het maken van mijn huiswerk prettiger te maken. Die tools zou ik graag willen meegeven aan anderen. Ik heb al eens geprobeerd om aan dit soort klussen te komen. Echter moet je je dan in veel gevallen aansluiten bij platforms zoals StudentsPlus, die een concept hanteren waarbij de bijlesgever of huiswerkbegeleider een student moet zijn. Ik was toen geen student, dus dat was een issue. Straks ben ik wél een student, dus dat biedt kansen.

Een bijbaantje als dit staat weer mooi op mijn cv, wat mijn kansen op een leuke baan in de toekomst vergroot.

Ik wil ook nog kijken of ik misschien iets in de richting van politiek kan gaan doen. Dat staat ook weer mooi op mijn cv en het is nuttig.

Kortom, ik wilde (en wil) de coronacrisis zien als een kans. De extra tijd die ik overhoud wil ik gebruiken om dingen te doen waar ik later veel aan kan hebben. Ik wil jullie aansporen om dat ook te doen.

Houd je extra tijd over vanwege de coronacrisis? Gebruik deze!

Berlijn: een jaar later

Het is inmiddels alweer een jaar geleden (langer zelfs) dat ik naar Berlijn ben geweest. Dat was echt een fantastische ervaring. Hoe kijk ik er verder op terug? Ik vertel het in dit nieuwe artikel!

De Berlijnse muur (ik ben geen goede fotograaf)

Ik heb een idee

Mei 2019. Ik had een vriend over de vloer. We waren wat aan het kletsen, en ik vertelde dat ik weleens alleen een stedentrip wilde maken, maar ‘dat wordt vast erg moeilijk, ik weet niet of dat een goed idee is.’ Die vriend vroeg me: ‘waarom is dat, waarom zou je dat niet kunnen?’ Hele simpele vragen, maar het zette me toch aan het denken. Ik heb nog wat gebrainstormd met andere mensen, en ik dacht: ik moet dit gewoon doen. Wat betreft mijn zicht moet het kunnen, nu nog wel. Als ik het nu niet doe, en ik red mij later niet meer zo zelfstandig met mijn zicht, dan is het te laat. Dan krijg ik zeker spijt.

Ik ga het gewoon doen

Ik wilde graag naar Berlijn, ik besloot via Google Maps de stad uit te kammen om te weten waar de belangrijkste plekken waren en hoe ik er moest komen. Ik boekte een Airbnb en treintickets.

Twee en een halve week later was het zover. Ik ging op pad. Af en toe was het niet makkelijk en soms moest ik naar bepaalde plekken zoeken, maar ik heb echt een te gekke tijd gehad. Eenmaal thuis zei ik nog hardop tegen mezelf: ‘dit was echt fantastisch, hier ga ik echt nooit spijt van krijgen.’

Grenzen verleggen en doorbreken

Het was voor mij een behoorlijke stap in de richting van zelfstandigheid. De laatste jaren ging ik steeds meer reizen met de trein, en dat ging steeds verder. Waar ik op mijn zestiende alleen nog maar heen en weer reisde tussen Urk en Emmeloord, ging ik op een gegeven moment naar Zwolle, later Deventer. Nog later werd het Maastricht, Vlissingen en op een gegeven moment zelfs Antwerpen en Namen (Wallonië). Berlijn is tot nu toe de verste bestemming waar ik alleen naar toe ben geweest. Zelfstandig leren reizen met een visuele beperking is niet makkelijk, maar ik laat mij niet tegenhouden. Mijn tripje naar Berlijn heeft voor mij nog een barrière weggenomen: ik zou nu ook alleen durven te vliegen.

Als je iets wilt, moet je het gewoon doen

Dit is echt een van mijn motto’s geworden. In het verleden zag ik vaak veel beren op de weg. Altijd was er wel een reden om te twijfelen of om iets niet te doen. Tegenwoordig denk ik altijd: hoe kan ik ervoor zorgen dat hetgene dat ik wil doen wél kan? Dit raad ik ook iedereen aan. Daarnaast: het is heel goed om nieuwe dingen te proberen en om af en toe net over je grenzen heen te gaan. Hierdoor ontdek je nieuwe dingen, weet je nog beter waar je grenzen liggen en je kunt die grenzen daarmee ook steeds een stukje verleggen.

Je moet een beetje lef hebben af en toe, maar dat kan leuke dingen opleveren. Zo heb ik mij laatst aangemeld voor een tv-programma waarvoor ik mij eerder niet durfde aan te melden. Wie weet wat het oplevert…

Sowieso ben ik minder afwachtend geworden. Vroeger liet ik alles maar op me af komen. Dat is nu wel echt veranderd. Ik neem veel meer zelf het initiatief tot het doen van dingen. Daar was ik voor Berlijn al mee bezig, maar dat is daarna wel meer geworden.

Berlijn 2.0

Ik wist het zeker. ‘Als het in 2020 weer kan, dan ging ik weer alleen op pad,’ zei ik nog tegen mezelf. ‘Tenzij er een of ander raar virus uit China roet in het eten gooit.’ Ik heb dit serieus een keer hardop gezegd, nog voordat het ook daadwerkelijk gebeurde.

Dit jaar zie ik het toch niet zo zitten om voor meerdere dagen naar het buitenland te gaan. Dat heeft alles te maken met het coronavirus. Ik ben afhankelijk van het openbaar vervoer of het vliegtuig om ergens te komen, en ook in een vreemde stad verplaats ik mij voornamelijk met het openbaar vervoer. Ik vind het risico dat ik het virus oploop en verspreid te groot. Daarnaast kan de situatie op een bepaalde plek snel veranderen, en ik heb geen zin in gedoe. Daarom ga ik dit jaar dus geen reisje maken. Ook andere zaken staan op een laag pitje of ik stel ze uit. Normaal gezien zou ik niet zoveel meer nadenken voordat ik iets ga ondernemen (zoals ik al heb gezegd), maar de omstandigheden vragen om terughoudendheid.

Ondanks de coronacrisis probeer ik toch ondernemend te blijven en ik hoop weer veel leuke en spannende dingen te kunnen ondernemen als het weer veilig is. Ik ben namelijk nog steeds van plan om het Berlijn-avontuur een vervolg te geven. Daarnaast zou ik ook een keer naar een concert willen in de toekomst.

Waar zal ik volgend jaar naartoe gaan?

Een ode aan Urk

Urk, het dorp waar ik vandaan kom. Veel mensen hebben er een oordeel over. Zo zouden alle inwoners aan de drugs zitten, zou het een ‘inteeltdorp’ zijn en de inwoners zouden schijnheilig zijn. De meeste mensen die dit roepen zijn volgens mij nog nooit in Urk geweest. Natuurlijk heeft Urk zo zijn opmerkelijke trekjes, en bepaalde opmerkingen zijn wel ergens op gebaseerd. Echter, in deze blog wil ik de positieve kanten van Urk belichten. Dat gebeurt namelijk te weinig!

Toerist in eigen dorp

Ik heb in mijn leven al veel dorpjes bezocht in binnen- en buitenland. Conclusie? Urk heeft naar mijn mening echt een van de leukste havens. Leuke, oude huisjes, fijne restaurants, een prettige sfeer, twee strandjes en niet te vergeten: geen hordes toeristen. Urk heeft geen hotels, dus dagjesmensen zijn in de meerderheid. Dat zijn er trouwens ook niet ontzettend veel.

Ik loop graag rond door het oude centrum en over de haven, ondanks dat Urk mijn geboorteplaats is.

Eigen cultuur

Urk heeft gewoon een soort subcultuur. De meeste mensen gaan elke zondag naar de kerk, eten vaak vis en zijn erg sociaal. Ik vind het mooi om te zien als mensen echt met hart en ziel een bepaalde levenswijze hebben en daar gelukkig mee zijn.

Urk heeft een dialect, dat door zowat iedereen gesproken wordt. Daardoor is men nog meer met elkaar verbonden. Urkers vinden elkaar daardoor altijd, ook al zijn ze in het buitenland op vakantie. Of ze het nou leuk vinden of niet…

Urk heeft een ‘ons-kent-onscultuur’, en daardoor komen sommige mensen naar mijn mening af en toe wat bemoeierig over. Dat is echter altijd goed bedoeld. Sowieso staan veel mensen in Urk altijd voor een ander klaar, wat er ook gebeurt. Dat is op andere plekken in Nederland echt anders.

Een grote woonwijk

Als je door Urk rijdt of fietst valt er iets op. Buiten het oude centrum lijkt Urk net een grote woonwijk. Flats en appartementencomplexen zijn er niet bijster veel, er zijn vooral veel gezinswoningen. Naar mijn mening geeft dat een fijne, gemoedelijke sfeer. Ik denk echter wel dat Urk behoefte heeft aan een paar flinke appartementencomplexen. De bevolking groeit er immers hard, en dat zal voorlopig wel zo blijven, denk ik.

Een bijdrage aan je gezondheid

Urk heeft een grote visindustrie, en laat vis nou net gezond zijn. Vitamine D, unieke vetten, wat wil je nog meer? Om deze redenen vind ik het zelf erg belangrijk om regelmatig vis te eten.

Dus, de volgende keer als je iets over Urk wil zeggen: denk goed na! Verder: kom een keer naar Urk op een mooie zomerdag, het is echt de moeite waard!

Eurovisiesongfestival 2020 – de liedjes (deel 3) + mijn top 10

De afgelopen twee jaar schreef ik op mijn Facebookpagina elk jaar een blogje over wat ik van de finaleliedjes van het Songfestival vind. Vanaf dit jaar staan deze blogs op mijn website. Nu het Songfestival helaas niet doorgaat dit jaar heb ik besloten om over alle liedjes mijn deskundige *kuch* mening te geven. Aangezien het om 41 liedjes gaat, wijd ik hier drie blogs aan. Dit is de de derde en de laatste. Hierna volgt mijn top 10!

Frankrijk: Tom Leeb – Mon Alliée (The Best In Me)

Wat een mooie stem, en wat een warmte. Dat is wel mooi. Het klinkt in de refreinen een beetje als een nummer uit de jaren ‘90. Ik hoor ook wel een soort vibe van de Backstreet Boys. Aangezien die tijd al een tijdje achter ons ligt, vind ik het voor nu een ‘oké’ liedje.

Moldavië: Natalia Gordienko – Prison

Een gedurfd nummer met ballen. Ik waardeer het lef in het lied. Ik vind het een beetje duister en in de refreinen een beetje druk. Warm of koud maakt het mij niet.

Servië: Hurricane – Hasta La Vista

Nogmaals een nummer met ballen. Dit had de zaal wel echt mee kunnen krijgen. Dit nummer heeft een lekkere energie. Hier en daar een beetje een ingewikkelde melodie, maar het herkenbare refrein en de energie maken het goed.

Cyprus: Sandro – Running

Sandro is een ontzettend goede zanger, maar ik had dat in dit nummer wel wat meer willen horen. Ik hoor te veel elektronische effecten. Nog even wat dieper ingaand op de zang: je hoort bij Sandro echt urgentie en hij kan echt veel gevoel in een liedje leggen. Alles wat hij zingt, geloof ik. Om die reden vind ik het jammer dat de refreinen voornamelijk gevuld zijn met geneurie. Gelukkig gaat dit nummer wel ergens over: we moeten door blijven gaan in moeilijke tijden, iets wat we nu allemaal wel weten. Al met al denk ik: Sandro had met een beter nummer kunnen komen.

Denemarken: Ben & Tan – YES

Dat is eens een verademing, een liedje met ‘gewone’ instrumenten, dat waren er tot nu toe nog niet veel. Gezongen door twee mensen die leuk zijn om naar te kijken. Het is een lekker positief liedje, een ‘happy song’, het geeft een verbindend, gezellig gevoel. Ja, ik vind dit leuk.

Rusland: Little Big – Uno

Rusland trekt soms opmerkelijke dingen uit de kast voor het Songfestival en dit jaar zijn ze weer met iets opmerkelijks gekomen. Moeten jullie ook denken aan de Deense groep Aqua (van Barbie Girl)? Ik in ieder geval wel. Met dit lied had het alle kanten op gekund tijdens het Songfestival. Ik vind het een beetje vreemd, maar het is ergens ook wel grappig.

Albanië: Arilena Ara – Fall From The Sky

Ze zingt met zo’n mooie stem en zo geloofwaardig. Oh, en ook weer zo’n krachtig liedje dit. Ja, dit raakt mij wel. Ook vind ik dit een van de betere nummers.

Slovenië: Ana Soklič – Voda

Zo’n zware stem zou je niet verwachten. Ik hou niet echt van dit soort stemmen, maar dat wil niet zeggen dat ze niet goed zingt. Daarnaast is het naar mijn mening niet erg dat ze in het Sloveens zingt, aangezien ze wel heel geloofwaardig zingt. Een powervrouw, deze zangeres. Het is echter niet mijn smaak.

Oekraïne: Go_A – Solovey

Fijn, weer zo’n mix tussen ‘moderne, westerse’ muziek en traditionele muziek. Het doet me denken aan de Poolse inzending van vorig jaar, en die vond ik toch iets beter. Ik waardeer de schoonheid van het tradionele, zeker. Dit is ook zo’n liedje dat je even twee keer moet luisteren voordat je het echt gaat waarderen.

Tsjechië: Benny Cristo – Kemama

Ben Cristovao heeft in zijn jeugd veel tegenslagen gehad, maar hij laat zich niet kisten. Dat zingt hij in zijn liedje, en dat is mooi. Hij is half-Angolees, en dat hoor je wel. Het liedje doet mij een beetje denken aan Akon, hoewel die uit Senegal komt. De tekst vind ik een beetje kinderlijk, maar doordat het liedje speels is, is dat geen issue vind ik. Het echte jammere aan dit liedje vind ik dat het niet echt goed blijft hangen, waardoor het mij niet helemaal heeft overtuigd.

San Marino: Senhit – Freaky!
Eens kijken, waar is San Marino mee gekomen dit jaar? Het nummer Freaky! van Senhit. Senhit benadert ‘anders zijn’ als iets positiefs, en tja, dat is het toch ook? Ik vind dit in ieder geval een belangrijke boodschap. Senhits stem is eentje waarvan ik hou. Het nummer is een beetje gek, maar dat vind ik ook leuk. Een beetje kinderlijk, speels, maar alles is in balans. Tja, ik waardeer dit wel, maar het is zeker geen winnaarslied.

Ierland: Lesley Roy – Story Of My Life

Ik vind het een beetje ‘puberaal’ klinken, ik hou ook niet van haar stem. Het doet me ook een beetje denken aan The Veronica’s, al bedoel ik dat niet per se negatief. Voor het na-na-na-na-stukje is duidelijk geïnspireerd op andere nummers. Nee, het is niet helemaal mijn ding. Laat ik wel positief afsluiten, het liedje is wel echt lekker energiek!

Malta: Destiny – All Of My Love

Er bestaat geen twijfel over dat Destiny een hele goede stem heeft. Het liedje is ook best moeilijk, dus dat moet ook wel door een goede zangeres gezongen worden. Ik vind het wel wat te mainstream en daarom zou als het aan mij zou liggen geen hoge eindpositie behalen. Echter, ik denk dat Europa anders had besloten.

Nederland: Jeangu Macrooy – Grow

Tja, er was nog één nummer dat nog niet aan de orde was geweest. Ik heb besloten om Nederland expres als laatste te behandelen. Oké, komt ie!

Jeangu heeft een fijne stem die me een beetje doet denken aan die van John Legend. Ik waardeer Jeangu’s openheid in de tekst die hij zingt. Echter, ik vind het liedje een beetje saai. Ik vind het te degelijk, te braaf. Wat ik ook niet zo tof vind, is dat het een beetje gospelachtig klinkt, en ik heb niks met gospel. Nee, dit liedje had het niet goed gedaan als het aan mij had gelegen. Sorry landgenoten!

Mijn top 10

1: IJsland (Daði og Gagnamagnið – Think About Things)

2: Zwitserland (Gjon’s Tears – Répondez-moi)

3: België (Hooverphonic – Release Me)

4: Finland (Aksel – Looking Back)

5: Verenigd Koninkrijk (James Newman – My Last Breath)

6: Israël (Eden Alene – Feker Libi

7: Albanië (Arilena Ara – Fall From The Sky

8: Noorwegen (Ulrikke – Attention

9: Duitsland (Ben Dolic – Violent Thing)

10: Denemarken (Ben & Tan – YES)

Dit was voorlopig mijn laatste blog over het Eurovisiesongfestival. Laten we met z’n allen hopen dat het volgend jaar wel gewoon door kan gaan, ook al is het zonder publiek en in een ander land. Het evenement brengt zoveel vreugde, en het brengt ons dichter bij elkaar. Allemaal duimen dus!

Gebruikte bronnen:

https://eurovision.tv/participant/sandro

https://eurovision.tv/participant/benny-cristo

https://eurovision.tv/participant/senhit

https://eurovision.tv/participant/jeangu-macrooy

Eurovisiesongfestival 2020 – de liedjes (deel 2)

De afgelopen twee jaar schreef ik op mijn Facebookpagina elk jaar een blogje over wat ik van de finaleliedjes van het Songfestival vind. Vanaf dit jaar staan deze blogs op mijn website. Nu het Songfestival helaas niet doorgaat dit jaar heb ik besloten om over alle liedjes mijn deskundige *kuch* mening te geven. Aangezien het om 41 liedjes gaat, zal ik hier drie blogs aan wijden. Op 6 mei jongstleden publiceerde ik deel 1, dit is deel 2!

Zweden: The Mamas – Move

Dit nummer is echt fantastisch gezongen! Met z’n drieën en dan zo krachtig, dat is echt ontzettend knap. Ik vraag me wel af over wie dit nummer gaat. Als het nummer niet over een specifiek iemand gaat, dan vind ik de tekst niet echt veelzeggend. Ik moet ook zeggen dat het nummer mij niet echt aangrijpt. Zweden komt altijd met goed inzendingen, maar dit nummer vind ik echt minder dan de voorgaande exemplaren.

Estland: Uku Suviste – What Love Is

Dit lied klinkt in mijn oren te veel als een typisch ‘Songfestivalliedje’. Verder vind ik de stem van Uku niet erg onderscheidend. Nee, Estland heeft het voor dit jaar veel te degelijk gehouden.

Portugal: Elisa – Medo De Sentir

Ik begrijp niet waarom Portugal zo vaak met Portugeestalige liedjes komt. Ze zijn er namelijk niet vaak succesvol mee. Salvador Sobral was echt een uitzondering. Wat mij betreft zijn ze ook dit jaar de fout ingegaan. Dit lied pakt mij simpelweg niet, al komt dat voornamelijk omdat dit nummer een beetje voortkabbelt. Ik krijg er geen energie van.

Verenigd Koninkrijk: James Newman – My Last Breath

Een liefdesliedje, degelijk, het klinkt goed. Heel geloofwaardig gezonden ook, en een mooie tekst. De Britten wilden dit jaar duidelijk iets goedmaken in vergelijking met de laatste jaren!

Zwitserland: Gjon’s Tears – Répondez moi

Oh jeetje, als ik dit liedje luister denk ik weer: wat jammer dat het festival dit jaar niet doorgaat. Alles aan Gjon is geweldig. Over die stem hoef ik niet zoveel te zeggen denk ik, dat spreekt voor zich. Het lied is voor hem erg persoonlijk en ik vind de boodschap ‘volg je eigen weg in het leven’ heel belangrijk. Sinds ik dat zelf besloten heb sta ik sterker in mijn schoenen en ik voel mij gelukkiger.

Tot slot: dit liedje weet me te raken en dat gebeurt niet zo vaak. Dit is een van mijn favorieten dit jaar!

Azerbeidzjan: Efendi – Cleopatra

Oeh, Efendi is wel een divaatje en het nummer is echt wel origineel. Hier en daar vind ik het wel echt te bewerkt en elektronisch. Het ligt er te dik bovenop. Verder vind ik het wel vrolijk en lekker pittig. Mja, toch wel leuk!

Noord-Macedonië: Vasil – YOU

Die Spaanse invloeden in de aanloop naar het refrein vind ik leuk. Voor de rest vind ik het een beetje te poppy en daardoor niet onderscheidend genoeg.

Bulgarije: VICTORIA – Tears Getting Sober

Een nummer dat mooi opbouwt met een mooie modulatie én een mooie tekst. Het nummer gaat over het overwinnen van je angst en pijn en weer doorgaan. Ik hou niet zo van Victoria’s stem, maar het liedje raakt mij wel. Een van de betere nummers!

Spanje: Blas Cantó – Universo

Een modern popliedje met een Spaanse tekst. Het is niet echt waar ik van hou en ik voel er simpelweg niet veel bij.

Wit-Rusland: VAL – Da Vidna

Eens kijken waar de Wit-Russen mee komen. Wat leuk! De man uit het duo is de producer van het Elly en Rikkert-liedje waarmee Wit-Rusland naar het Songfestival ging in 2017. Maar goed, laten we het over de inzending van dit jaar hebben. Lekker sexy, en de combinatie van westerse popmuziek en een Wit-Russische tekst vind ik erg leuk. Ja, ik vind dit goed.

Georgië: Tornike Kipiani – Take Me As I Am

Oeh, dit liedje is wel echt knotsgek. Er wordt een boel uit de kast getrokken. Ik vind het leuk dat Tornike lekker zichzelf is in dit nummer, dat is echt te gek. Echter vind ik het nummer hier en daar wel wat te overdreven. Al met al, nee, niet echt wat voor mij.

Polen: Alicja Szemplińska – Empires

Met het lied Empires wil Alicja ons vertellen dat we beter moeten omgaan met onze Aarde. Tja, dat vind ik nou ook. De boodschap is dus dik in orde. Alicja heeft een mooie, unieke stem die wat mij betreft goed past bij het nummer. De uithaal op het einde is echt indrukwekkend. Echter, ik vind het lied een beetje te ‘ingewikkeld’ voor een hoge positie in de finale. Het blijft niet echt hangen.

Noorwegen: Ulrikke – Attention

Een nummer met een goede dynamiek. Daarnaast geloof ik ook echt wat er gezongen wordt. Het nummer gaat over waarom we het anderen naar de zin gaan maken als we verliefd worden. Naar mijn idee is het liedje een les: we moeten op onszelf blijven letten als we verliefd zijn. Er is goed nagedacht over dit nummer. Mijn oordeel: zeker niet slecht!

Litouwen: The Roop – On Fire

Volgens deze groep moeten we onszelf niet afschrijven en onderschatten wegens onze leeftijd. Tja, waarom zouden we dat inderdaad doen? Ik wil immers starten met een voltijdstudie op mijn 24ste, en ik denk dat ik er meer klaar voor ben dan toen ik 18 was. De boodschap van het nummer is toepasselijk voor heel veel mensen en ook heel mooi. Toch vind ik het hier en daar een beetje klinken als een slechte poging van Rusland, al wil het nummer muzikaal gezien ook weer niet volledig de grond intrappen. Eindoordeel: qua tekst vind ik het nummer goed, voor de rest vind ik het een beetje matig.

Bronnen:

https://eurovision.tv/participant/gjon-s-tears

https://eurovision.tv/participant/victoria

https://eurovision.tv/participant/val

https://eurovision.tv/participant/alicja-szemplinska

https://eurovision.tv/participant/ulrikke

https://eurovision.tv/participant/the-roop